Nieuwe melodieën op het automatisch beiaardspeelwerk van de Sint-Gummarustoren

Lier: Er weerklinken nieuwe melodieën op het automatisch speelwerk van de beiaard van de Sint-Gummaruskerk. Dit jaar werd gekozen voor twee componisten die in 2017 worden herdacht: Claudio Monteverdi (1567-1643), 450 jaar geleden geboren, en Enrique Granados (1867-1916), 150 jaar geleden geboren.

Dit jaar werd het jaarlijkse “versteek” uitgevoerd op de automatische speeltrommel van de beiaard op de Sint-Gummarustoren. Hierdoor weerklinkt nieuwe muziek op het uur, halfuur, en de twee kwartieren. Tijdens het versteek worden de pinnen op de speeltrommel verplaatst volgens de nieuwe melodie. Als de trommel draait, zet elke pin een ijzeren hefboom – boven de trommel – in beweging waardoor een hamer (aan de buitenkant van de klok) van de klok wordt weggetrokken. Eens voorbij de pin, valt de hamer tegen de klok. Zo worden de automatische melodieën geprogrammeerd. Dit in tegenstelling tot het manueel bespelen van de beiaard aan de hand van een beiaardklavier waarbij elke toets is verbonden met een klepel aan de binnenkant van de klok.

Zowel de trommel, het grootste deel van het mechanisme, de pinnen, de schroeven en het gebruikte gereedschap zijn nog altijd het originele 18-eeuwse materiaal. De trommel op zich is al een uniek stuk, dat heel wat mogelijkheden beidt. Het versteek is een wat heikele, arbeidsintensieve, klus omdat elke noot manueel moet verstoken worden.

Vanaf nu weerklinken er volgende melodieën:
- op het uur: beginfragment van "Pur ti miro" van Monteverdi
- eerste kwartier: begin van de melodie "La campana de la tarde" (het namiddagklokje) van Granados
- halfuur: eerste deel van de Ritornello uit de opera L'Orfeo van Monteverdi
- laatste kwartier: vervolg van "La campana de la tarde" (zie eerste kwartier)

Geschiedenis
Het Lierse trommelspeelwerk is dus niet enkel de oudste maar daarenboven ook de enige nog draaiende springtrommel ter wereld. Het dateert van 1712, waarbij de makers van toen een perfect evenwicht vonden tussen technische knowhow en muziek.
De Lierse klokkengieter Alexius Jullien kreeg, na de voltooiing van de Lierse beiaard, ook opdracht om een speeltrommel te maken voor het automatisch speelwerk. Het werd een speeltrommel van 3.107 pond, 14 mm dik, 160 cm in doormeter en 22120 gaten. In 1712 werd het volledige speelmechanisme geplaatst en afgewerkt door Henricus Joltrain (Antwerpen).
Tussen 1920 en 1924 veranderde Louis Zimmer de inrichting. Hij automatiseerde in 1928 het opwindmechanisme waardoor het dalen van het gewicht (vroeger een kanonsloop) tot enkele meters beperkt werd.
Na een periode van verval werd het speelwerk in 2004 grondig gerestaureerd met nieuwe speelhamers die qua vorm en gewicht aansluiten bij de teruggevonden originele 18e eeuwse hamer.

In 2011 erkent de Vlaamse regering de beiaardcultuur als Immaterieel Cultureel Erfgoed.
In 2014 heeft UNESCO de Belgische beiaardcultuur toegevoegd aan hun lijst Werelderfgoed.
(MSL/foto’s toeristische dienst Lier)

 

 

Dit artikel delen op social media

Tweet